22-02-2016

Zuid-Afrika: een land van contrasten

De reis langs vijf door Mensen met een Missie gesteunde programma’ s en projecten op verschillende plekken in Zuid-Afrika heeft een diepe indruk gemaakt op de deelnemende reporters. Iedereen vond dat we een beter beeld hadden gekregen van de ontwikkelingen in Afrika sinds de afschaffing van de apartheid en met welke problemen het land op dit moment te kampen heeft. Ik geef hieronder een aantal indrukken en overwegingen weer die bij mijzelf en de andere deelnemers naar boven kwamen op basis van de bezoeken die we hebben gemaakt bij de partners van Mensen met een Missie, en de gesprekken en discussies die we met hen over het land en zijn uitdagingen hebben gevoerd, maar ook onderling hebben besproken.

Twee Zuid Afrika’s

Allereerst was er een zekere mate van dubbelzinnigheid in onze ervaringen. Aan de ene kant ervoeren we een krachtig en indrukwekkend land dat rust op een sterk fundament van misschien wel één van de meest progressieve grondwetten die er in de wereld zijn. Ook is de vreedzame transitie van het apartheidssysteem naar wat het land nu is, een enorme prestatie. De Zuid-Afrikaanse regeringen hebben sindsdien enorm veel gedaan aan de ontwikkeling van de fysieke en sociale infrastructuur in de townships. Mervyn Abrahams van de partnerorganisatie Pietermaritzburg Agency for Christian Social Awareness (PACSA) zei het als volgt: “Als we de apartheid kunnen overwinnen, kunnen we alle uitdagingen aan.” Die insteek en motivatie kwamen we overal tegen.

Aan de andere kant zagen we ook dat er in Zuid-Afrika nog heel veel problemen zijn. In de eerste plaats is het nog steeds een land van zeer grote, zelfs schokkende tegenstellingen. Binnen een straal van twee kilometer zie je villawijken en penthouses van ettelijke miljoenen en mensen die in een afgedankte container wonen. Shopping malls waar de Haagse passage bij verbleekt tegenover mensen die resten zoeken op een vuilnisbelt. De ongelijkheid is zo groot dat het eigenlijk een schandaal is, maar een schandaal dat politiek niet zonder meer eenvoudig is op te lossen. In dat opzicht lijkt Zuid-Afrika meer op de Verenigde Staten dan op het Rijnlandse Europa. Dit betekent ook dat Zuid-Afrika grote groepen kwetsbare inwoners heeft die buiten de boot vallen, en van basisvoorzieningen als een dak boven het hoofd en een minimuminkomen verstoken zijn. De werkloosheid in Pretoria, aldus Joel Mayephu van Mensen met een Missie partner Tshwane Leadership Foundation (TLF), was 26% en de jeugdwerkloosheid 36%. Landelijke cijfers geven zelfs aan dat van de zwarte jongeren meer dan de helft werkloos is. Dit probleem wordt nog verergerd door de grote stroom immigranten uit naburige landen in Afrika waar conflicten heersen of het economisch slecht gaat. Een medewerker in ons hotel, Fabrice, was gevlucht uit de Democratische Republiek Congo. Zo zijn er ruim drie miljoen vluchtelingen uit Zimbabwe, Somalië, Nigeria, Ethiopië, enzovoort. Deze migranten verdringen jonge Zuid-Afrikanen op de arbeidsmarkt omdat werkgevers ze ver onder het gangbare loon in dienst nemen. Als illegalen hebben zij geen onderhandelingspositie en geen toegang tot de instanties die hierop toezicht houden. De frustraties onder de jonge Zuid-Afrikanen die geen werk kunnen vinden, geen gezin kunnen stichten, niet kunnen meedoen en daardoor niet als ‘echte’ man gelden, lopen navenant op. Niet zelden uit dit zich in toenemende criminaliteit en gender based violence (geweld tegen vrouwen).
De aanpak van de problemen door de partners van Mensen met een Missie
Geen wonder dat, gelet op het bovenstaande, partnerorganisatie TLF een comprehensieve transformatieve aanpak bepleit waarin onder meer shelter, training en het bijbrengen van vaardigheden, crèches voor de kinderen van arme vrouwen die als kleine zelfstandige voedsel en versnaperingen aan de man brengen, gender bewustzijn en community policing hand in hand gaan.

Ook andere partners van Mensen met een Missie richten zich op dergelijke aspecten: economische verzelfstandiging door trainingen en het aanleggen van groentetuinen, misbruik en seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes (maar ook tegen mannen en jongens), het schaken van jonge meisjes, vreemdelingenhaat, hiv/aids en de zorg voor gevangenen en hun re-integratie in de samenleving. Tenslotte bedrijven praktisch alle partners ook een vorm van advocacy richting de autoriteiten: ministeries, gemeentelijke instanties of de regering. Deze watchdog functie en beïnvloeding is belangrijk om de instanties bij de les te houden, hen te wijzen op wat nodig is, en gebrekkige of corrupte uitvoeringspraktijken aan de kaak te stellen. Partner Catholic Parliamentary Liaison Office (CPLO) richt zich vrijwel geheel op de strategische beïnvloeding van het Zuid-Afrikaanse parlement door hun studies en rondetafelbijeenkomsten.

Het is ons allen tijdens de reis zonder meer duidelijk geworden dat deze programma’s en projecten nog altijd hard nodig zijn. De meest kwetsbare groepen blijven anders onder de huidige omstandigheden in de kou staan. De democratische en institutionele opbouw van Zuid-Afrika is in de ruim twintig jaar na de apartheid in vele opzichten weliswaar indrukwekkend te noemen, maar heeft niettemin nog veel steun en aandacht nodig om te consolideren en een voldoende niveau van stabiliteit te bereiken.

Hoe verder?

Dit brengt me op het vraagstuk of en voor hoelang Mensen met een Missie dit soort programma’s en projecten nog moet steunen. Kan en moet Zuid-Afrika dit langzamerhand niet zelf doen? Het is immers een zogeheten midden-inkomensland? Onze groep reporters is er niet van overtuigd dat dit argument, een globaal criterium dat van een gemiddelde uitgaat, veel hout snijdt in de heersende omstandigheden. We hebben daarvoor drie argumenten.

Ja, Zuid Afrika is een midden-inkomensland, maar op de keper beschouwd heeft het een aanzienlijke groep welvarende, vooral blanke inwoners , een wel groeiende, maar toch beperkte middenklasse, en een hele grote groep zeer armen, die vooral onder de zwarte en gekleurde bevolkingsgroepen zitten. De ongelijkheid in Zuid-Afrika is dan ook zo groot dat het midden-inkomensargument niets meer zegt en toepassing daarvan juist die grotere groep armen treft. De projecten van Mensen met een Missie helpen juist hen, soms direct met zorg, opvang en training, maar ook via strategische beleidsvorming en advocacy. Dit stoppen met het argument dat sommige anderen het veel beter hebben is naar onze overtuiging in wezen onbillijk en onrechtvaardig. Voor het indrukwekkende Prison Care and Support Network (PCSN) zou het wegvallen van de eigenlijk relatief maar kleine steun van Mensen met een Missie bijvoorbeeld tot een halvering van hun activiteit leiden. Natuurlijk moeten deze programma’s, projecten en ook de partnerorganisaties zelf aan criteria van doeltreffendheid, doelmatigheid, transparantie en degelijke verantwoording voldoen. We kregen de indruk dat er lange en diepgaande banden tussen Mensen met een Missie en de partners bestaan en de programma’s steeds intensief worden doorgesproken.

Ten tweede is er tijd nodig om gemaakte vooruitgang te verankeren en te verduurzamen. Twintig jaar lijkt in deze vluchtige, volgepropte tijd van internet en sociale media een eeuwigheid, maar voor politieke en institutionele transities en ontwikkeling is het maar heel erg kort. Ons eigen Nederlandse stelsel is gegroeid over een traject van meerdere eeuwen. Te eisen dat het nieuwe Zuid-Afrika wel klaar is in twee decennia getuigt niet van veel realiteitszin. In wezen doet het land het best wel goed, ook vergeleken met landen waarmee al 50 of 60 jaar een ontwikkelingssamenwerkingsband bestaat. Maar het land moet de kans krijgen de resultaten te consolideren en het nog steeds loerend gevaar van terugval en sociaal conflict te beteugelen. Tijdens ons verblijf bleek duidelijk dat er nog behoorlijke elementen van economische en politieke instabiliteit zijn, naast alle tegenstellingen die het land natuurlijk van oudsher hebben gekarakteriseerd.

Een derde argument betreft de benodigde tijd voor het zoeken naar alternatieve vormen van steun. Een mogelijkheid is lokale fondsen- en inkomenswerving. Voor sommige diensten wordt door de partners al een geldelijke tegemoetkoming gevraagd, maar juist omdat de doelgroepen tot de armste behoren, kan dit nooit tot een volledig kostendekkend plaatje leiden. Ook bestaat er nog niet een goed ontwikkelde filantropische geef-cultuur in Zuid-Afrika. Hieraan kan echter wel worden gewerkt, maar dat kost tijd en moeite en geeft pas op langere termijn resultaat. Ook kan worden nagedacht over fondsenwerving via nieuwe methoden zoals bijvoorbeeld via crowdfunding. De partners kunnen ook van elkaar leren en inspanningen delen. Dit gebeurt al door onder meer een gemeenschappelijke jaarlijkse vergadering en enkele gemeenschappelijke activiteiten. Dit kan echter beperkt soelaas bieden door de grote afstanden binnen het uitgestrekte land, maar kan op het vlak van ideeën, strategie en onderling leren nog wel meer mogelijkheden bieden. Tenslotte kunnen er andere vormen van solidarisering worden aangeboord. Waarom kan er niet op basis van gelijkwaardigheid intensiever worden samengewerkt met soortgelijke organisaties in Nederland, of met kenniscentra zoals universiteiten? Het trof ons hoeveel van de problemen die Zuid-Afrika heeft ook in ons eigen land voorkomen. De stedelijke problematiek, migranten, verarmde achterstandswijken, re-integratietrajecten en noem maar op. Waarom kunnen we niet meer van elkaar leren en kan er niet wederzijds advies worden geboden?

Ten slotte

Concluderend vinden we dat er veel goeds in Zuid-Afrika is gebeurd en nog steeds gebeurt, maar dat de vooruitgang nog niet voldoende is veiliggesteld. Ook is er een dermate grote ongelijkheid en zijn de behoeften en uitdagingen nog zo enorm groot, vooral onder de arme niet-blanke bevolking, dat het middeninkomensargument voor het stopzetten van de steun aan Zuid-Afrika niet opgaat. De missie is nog niet voltooid, en we hopen dat Mensen met een Missie de wegen en de tijd vindt het goede werk te consolideren totdat er alternatieve vormen van steun of financiële en institutionele duurzaamheid zijn verwezenlijkt.

25-02-2016

Leven in en van puin

We zijn vandaag in township Sobantu aan de rand van Pietermaritzburg. Naast deze sloppenwijk is een gigantisch vuilnisbelt gelegen. De typische lucht van verrotting en verbrand plastic komt me tegemoet. Het… lees verder

Reporter: Bieke De Mol
Land: Zuid-Afrika