1-11-2016

‘Zij gaan toch, dan maar liever met mij’

Vandaag bezoeken we Ranggatalo, een dorp op het eiland Flores ‘with a (wow) view’. Er wonen zo’n 500 mensen, overwegend ex-migranten uit Maleisië, Hongkong en de grote steden in Indonesië. Zij wonen in armoedige omstandigheden bij elkaar.

We worden met open armen ontvangen door het dorpshoofd. Ranggatalo is in 2012 erkend als zelfstandig dorp. Door de nationaal ingezette decentralisatie ontvangt het dorp vanaf dat jaar overheidssteun en krijgt het in toenemende mate de verantwoordelijkheid om zelf zaken te regelen. Flores zelf is een arm eiland en er is nauwelijks tot geen werkgelegenheid. Jongeren migreren massaal.

Migratieproblematiek

Father Jetra strijdt in dit dorp tegen de issues die spelen rondom migratie. Ranggatalo is een ‘migration friendly village’. Dat wil zeggen: een migrant vertrekt uit zijn dorp en komt er ooit weer terug. In die gehele ‘circle of life’ zijn programmapunten opgenomen. Het uitgangspunt is dat migreren een grondrecht is en migratie is niet tegen te houden. Het accent ligt dus op het vriendelijk en/of productief maken van de migratie. Er worden vragen beantwoord zoals ‘Waar verblijft een migrant?’ en ‘Wat is nodig om veilig te migreren?’ Ook worden de juiste documenten lokaal geregeld en wordt nagedacht over medische hulp voor migranten die dat nodig hebben. Tot slot wordt gewerkt aan het verbeteren van economische omstandigheden door migranten te leren met het verdiende geld te investeren in de langere termijn.

Migratie is niet tegen te houden.

Het verhaal van Sylvester

We spreken twee ex migranten uit het dorp. Allereerst Sylvester Mbete (49 jaar). Een vriendelijk ogende, bescheiden man die met zachte stem zijn verhaal doet. Hij moet 18 jaar geweest zijn toen hij zijn oom met een dot geld terug zag komen uit Maleisië. Door gebrek aan perspectief en zijn avontuurlijke inborst besloot hij met zijn oom mee terug te gaan naar Maleisië. De reis werd een verschrikking en anders dan hij zich had voorgesteld: zonder papieren gingen ze met de boot over de grens. Ze moesten overboord springen om het land te bereiken. Hij kreeg uiteindelijk werk op een cacaoplantage. Daar verdiende hij omgerekend een dollar per dag.

Ze moesten overboord springen om het land te bereiken.

Geen papieren

De daaropvolgende jaren ging hij meerdere malen terug naar Indonesië om toch weer te remigreren naar Maleisië. Altijd bevreesd, zonder papieren en met de hoop eindelijk genoeg te verdienen om zijn schulden voor het maken van de overtocht af te lossen. Soms vroegen dorpsgenoten of ze met hem mee mochten naar Maleisië. Hij vroeg dan of ze bereid waren ‘backbreaking’ (ongelooflijk zwaar) werk te doen. En als het antwoord ja was, dan nam hij ze mee. Nu denkt hij daar anders over: als één van de oudere mannen in het dorp adviseert hij jongens die willen migreren. Hij zegt hen eerst werk in Indonesië te zoeken of in ieder geval alleen te vertrekken met de juiste papieren. En hij vertelt over het nut van die papieren: werkgevers in Maleisië laten op de dag van uitbetaling de politie langskomen en als je illegaal aan het werk bent dan word je opgepakt en krijg je niet betaald. Voor jou staan er genoeg anderen te dringen. Sylvester is nu een wijs man. Hij werkt als boer en heeft een gezin. Op de vraag of hij het over zou doen zegt hij resoluut: “Nee, ik herinner me de pijn van het harde werk nog maar al te goed”.

Ik zou het nooit overdoen, de pijn van het harde werken herinner ik me nog te goed. – Sylvester (49)

Siprianus

Het verhaal van Siprianus

Als tweede spreken we Siprianus B. Nusa Heri (37 jaar). Een trotse man met een prachtige lach. Ook zijn verhaal is schrijnend. Hij wordt als hij 18 jaar oud is geronseld door een ‘boss’ (mensenhandelaar) die hem tegen betaling van onkosten meeneemt naar Maleisië. Hij vertrekt met 300 anderen in de nacht met een te kleine en niet zeewaardige boot naar Maleisië. Na een gevaarlijke overtocht vervolgen ze de reis in een truck: liggend op de grond en bedekt met palmbladeren. Ze doen meer dan twee maanden over de reis omdat de handelaar nog contracten aan het regelen was.

Ze gaan toch, dan maar liever met mij. – Siprianus (37)

Mensen helpen als handelaar

Uiteindelijk wordt hij te werk gesteld als voorman in een plantage. Hij werkt met valse papieren maar valt door de mand en wordt opgepakt door de politie en gevangen gezet. Zijn bezittingen, zo ook zijn geld, worden ingenomen. Na een paar maanden wordt hij berooid terug gestuurd naar Indonesië. Ook hij probeert de daaropvolgende jaren telkens opnieuw te migreren. Op enig moment wordt hem gevraagd zelf werkers te regelen. Dat heeft hij een aantal jaren gedaan. Maar niet met het doel de jongens uit te buiten maar om hen zo goed mogelijk te begeleiden. Ze gingen toch, zegt hij, dan maar liever met mij. Hij ging zelf mee als hun voorman. Op die manier heeft hij meer dan 200 jonge migranten overzee geholpen. Daarna ging hij voorgoed terug naar Indonesië. Hij runt nu een kleine kiosk en is boer.

Twee sterke mannen en hun verhaal. Het geeft de problematiek rondom migratie een gezicht. We hebben inmiddels wel geleerd dat het een complex probleem is. De oplossing evenzo. Maar met doorzettingsvermogen en toewijding worden de kleine stappen die worden gezet steeds groter.